Uw hond en de Wet
De aanschaf en het houden van honden worden door wetten en verordeningen geregeld. De belangrijkste moet U kennen om problemen en geschillen te vermijden.
Als hondenbezitter heb je een speciale verantwoordelijkheid voor de hond, maar ook tegenover je medemensen. Wie de rechten van anderen in acht neemt, voorkomt van meet af aan misverstanden, ruzies en eventuele juridische gevolgen. Het houden van honden in huurwoningen wordt door huurcontracten geregeld. Ook als U het recht aan Uw kant hebt: zorg allereerst voor vreedzame co-existentie en probeer begrip op te brengen voor de opvattingen van anderen.

Dit zijn Uw rechten als hondeneigenaar:

De wet geeft iedere burger het recht op de ongestoorde ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. En de rechtspraak laat er geen twijfel over bestaan dat daarbij ook het hebben van een hond hoort. Toch kan vooral het huurcontract verplichtingen opleggen aan het hebben van een hond of dit onder bepaalde voorwaarden zelfs verbieden.

Een hond houden in een huurwoning

Voorziet het huurcontract in een algemeen houdingsverbod, dan zijn alle huurders daaraan gebonden en kunnen zij zich niet beroepen op het recht van de ongestoorde persoonlijkheidsontwikkeling. Zelfs als andere huurpartijen van het huis een hond mogen houden, kan een huurcontract het houden van honden uitsluiten. In veel gevallen bepaalt de verhuurder of een hond mag worden gehouden of niet. Meestal zal hij echter toestemmen als de hond de medebewoners niet in gevaar brengt of lastigvalt. Vechthonden en andere als gevaarlijk te boek staande honden hoeven door de verhuurder niet te worden geduld. Indien het houden van dieren niet in het huurcontract is geregeld, dan is het houden van een hond in principe mogelijk; in het Burgerlijk Wetboek staat in ieder geval geen bepaling voor een hondenverbod.
Toch is het zinvol vooraf schriftelijk toestemming van de verhuurder te verkrijgen, om problemen met hem en / of medebewoners zoveel mogelijk te voorkomen. Achteraf kan de toestemming worden ingetrokken als een hond -bijvoorbeeld door voortdurend blaffen- ontoelaatbare overlast bezorgt. Voor huurgeschillen dient men zich in eerste instantie altijd te wenden tot de sector Kanton van de Arrondissementsrechtbank .  Hoger beroep is slechts mogelijk wanneer het bedrag van de vordering groter is dan   1.750,= en dient alsdan te worden ingediend bij het gerechtshof waaronder de arrondissementsrechtbank waar de zaak diende valt. Meer informatie hierover is onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl. Het vonnis van de kantonrechter gaat uit van het concrete afzonderlijke geval. Slechts voor zover het vonnis een nadere invulling geeft aan rechtsregels kan het ook van betekenis zijn voor andere soortgelijke zaken.

Een hond houden in een eigen woning

In de goed-gedrag-clausule van de wet inzake appartementsrechten worden de verenigingen van huiseigenaren gemaand onderling rekening met elkaar te houden. Dit omvat ook het houden van dieren. De eigenaren kunnen optreden tegen het houden van een hond die de medebewoners overlast bezorgt, als hun verenigingsreglement in gerechtelijke stappen voorziet en deze bijvoorbeeld met een tweederde meerderheid sanctioneert. Een algemeen verbod kan voortkomen uit de zogeheten splitsingsverklaring van de vereniging van huiseigenaren of een achteraf genomen eigenarenbesluit. Het besluit treedt in werking als ermee is ingestemd of als het niet is aangevochten. Het houden van gevaarlijke honden kan door een meerderheidsbesluit worden verboden.

Met de hond op het juiste pad

De gemeenten bepalen naar eigen oordeel waar honden aan de lijn moeten, zoals in veel stadsparken en op kinderspeelplaatsen. Het houden van gevaarlijke honden is aan voorschriften gebonden en ze moeten worden aangelijnd en gemuilkorfd. De eigenaar moet uitwerpselen van zijn hond in de meeste gemeenten van voetpaden en voetgangersgebieden verwijderen, en overtredingen kunnen met een geldboete worden bestraft.
Aanhoudend blaffen en janken - vooral voor 7 uur  s morgens en na 22 uur - geldt als rustverstoring. In het bos moet een hond onder controle worden gehouden. Als een jagende hond niet meer onder toezicht staat, kan de boswachter van een schietwapen gebruikmaken.

'Hondenrijbewijs'  voor hondeneigenaren?

Het hondenrijbewijs zoals men dat in Duitsland kent, toont aan dat de houder ervan goed met zijn hond kan omgaan. Bij de voorbereidingscursussen voor het examen staan de deskundigheid van de eigenaar alsmede de gehoorzaamheid en de sociale vaardigheid van de hond centraal. Het examen bevat zowel een theoretisch deel als een praktijkgedeelte en wordt vrijwillig afgelegd. In sommige Duitse gemeenten levert het  rijbewijs  voordeel op voor de hondenbelasting. Ook in ons land gaan stemmen op om een dergelijk rijbewijs in te voeren.

Aansprakelijk Verzekering Particulieren (AVP) voor huisdiereneigenaren

De eigenaar moet voor schade opkomen die zijn hond veroorzaakt. Hier geld een zogenaamde risicoaansprakelijkheid voor de eigenaar, ook als hem geen verwijt treft. Bij materiŽle schade moet hij het herstel voor zijn rekening nemen of voor vervanging zorgen. Als door een hond mensen schade lijden, reiken de financiŽle gevolgen verder. Naargelang de omvang van de schade moet de eigenaar de kosten dragen voor arts en ziekenhuis, rehabilitatie en verpleging en eventueel ook smartengeld, inkomensderving alsmede uitkeringen voor slachtoffers en nabestaanden betalen. De hondenbezitter is met zijn gehele vermogen [ en inkomen] aansprakelijk. Indien de hondenbezitter in gemeenschap van goederen is gehuwd strekt deze aansprakelijkheid zich ook uit tot het vermogen van de partner. Het hebben van een  is dan ook beslist aan te bevelen. Het verdient aanbeveling op dit punt Uw bestaande AVP na te kijken en zo nodig aan te passen, dan wel een AVP te sluiten. De voorwaarden, de dekking en de premie kunnen per maatschappij verschillen. Vechthonden zijn meestal van de dekking uitgesloten en moeten, zo mogelijk, apart worden verzekerd. Meeverzekerd zijn vaak alle personen die de hond verzorgen of op hem passen. De proces- en advocaatkosten zijn meestal meeverzekerd. Niet verzekerd is de schade wanneer de eigenaar voorschriften, zoals bijvoorbeeld muilkorfplicht, niet opvolgt of wanneer er van de zijde van de eigenaar sprake is van opzet of grove nalatigheid. Bij verblijf in het buitenland is de dekking meestal tot een jaar beperkt.

De ziektekostenverzekering voor de hond

Een ziektekostenverzekering voor de hond omvat ziekte- en ongevallendekking, bij extra dekking worden de behandelingen aan de voortplantingsorganen vergoed, sterilisatie of castratie gedeeltelijk. Afhankelijk van de dekking worden operatiekosten geheel of gedeeltelijk vergoed. De hoogte van de premie hangt af van grootte en leeftijd van de hond, hoogte van het eigen risico en looptijd van de verzekering. Afhankelijk van de verzekeringsinstelling
ligt de maandpremie tussen de 10 en 35 euro.


Verplicht aanlijnen en muilkorven

Als vechthonden worden meestal de volgende rassen aangeduid: Pitbull, Bandog, Amerikaanse Staffordshire TerriŽr, Staffordshire BullTerrier, Tosa Inu, Bullmastiff, Bull Terrier, Dogo Argentino, Bordeaux Dog, Fila Brasileiro, Mastiff, Mastin Espariol, Mastino Napoletano en kruisingen van deze rassen. Voor vechthondenrassen bestond in veel gemeenten
Muilkorfplicht, verplicht aanlijnen en een verplichte chip. De Regeling Agressieve Dieren, kortweg RAD of vaak Pitbullwet genoemd, is echter ingetrokken, omdat (de gemeenten zowel op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) als op grond van het Wetboek van Strafrecht voldoende maatregelen kunnen nemen tegen agressieve honden. Vertoont een hond ongewenst agressief gedrag in het openbaar, dan is dat een reden om hem in beslag te nemen. Dit betekent dat honden niet meer worden beoordeeld op uiterlijk of grootte en op basis daarvan in beslag kunnen worden genomen. Alle honden kunnen bij klachten over ongewenste agressie op basis van een Plaatselijke Verordening in beslag worden genomen. Deze honden zullen met behulp van een nog door de overheid te ontwikkelen valide gedragtest worden beoordeeld.


Rechten en plichten bij de hondenaanschaf

Voor het burgerlijk recht zijn dieren zaken. Indien een consumentkoper een dier koopt van een beroepsmatig optredende verkoper / fokker dan geniet hij de extra wettelijke bescherming ten aanzien van wat hij redelijkerwijs van de gezondheid en overige eigenschappen van het gekochte dier mag verwachten. De in de toepasselijke Europese richtlijn opgenomen minimale garantietermijn van 2 jaar is door de Nederlandse wetgever niet overgenomen. De Nederlandse regeling zoekt aansluiting bij hetgeen gezien de aard van het product[dier] een redelijke termijn is. De garantietermijn kan daardoor in het concrete geval zowel korter als langer dan twee jaar zijn. Bij een hond en zeker bij een oudere hond zullen gebreken zich meestal redelijk snel na de aankoop manifesteren. Van eventuele gebreken dient de consumentkoper zo spoedig mogelijk nadat hij het gebrek heeft geconstateerd de verkoper / fokker [schriftelijk] in kennis te stellen en deze in de gelegenheid te stellen het gebrek te verhelpen. Zo het gebrek niet kan worden verholpen kan de verkoper / fokker de consumentkoper een geschikte vervangende hond aanbieden. Kan de verkoper / fokker geen geschikte vervangende hond aanbieden, dan kan de consumentkoper de overeenkomst ontbinden. Alsdan krijgt de verkoper / fokker de hond terug en ontvangt de consumentkoper de koopsom terug. Alle kosten die de consument in redelijkheid heeft moeten maken zoals diergeneeskundige behandeling, moeten in principe door de verkoper / fokker aan de consumentkoper worden vergoed. Deze kosten mogen niet onevenredig hoog zijn, maar kunnen wel de waarde van de hond te boven gaan.
Een andere situatie doet zich voor wanneer de ene particulier van een andere particulier of de ene ondernemer van een andere ondernemer koopt. Alsdan gelden de algemene regels van het verbintenissenrecht en is er meer ruimte voor partijen om hun rechtsverhouding zelf te bepalen.


Stichting
Bouviersupporters
Bemiddelt bij het herplaatsen van Bouviers
© Stichting Bouviersupporters 2010 - 2021